Diafragma instellen

In deze les gaan we fotograferen met de Av stand van de camera. Met de Av stand, ookwel Aperture Value kun je zelf het diafragma van de camera instellen.

Diafragma

De lens heeft een diafragma ingebouwd, wat groter en kleiner kan worden om zo de grootte van de opening van de lens te kunnen veranderen. Het diafragma geven we aan met f. Je kunt het diafragma instellen op 1.0, 1.8, 2.0, 2.2, 2.5, 2.8, 3.2, 3.5, 4.0, 4.5, 5.0, 5.6, 6.3, 7.1, 8.0, 9.0, 10, 11, 13, 14, 16, 18, 20 en 22. Dit is een hele lijst, en sommige camera’s slaan wat stappen over. Een groot diafragma staat voor het laagste cijfer en een klein diafragma voor een hoog cijfer. Dus haal dit niet door de war! Niet elke lens kan een groot diafragma aan, sommige beginnen bij 5.6.

diafragma

Wat is het nut van het diafragma instellen

Het diafragma van de camera bepaald de scherptediepte op de foto. Dit is de hoeveelheid die scherp is. Bij een groot diafragma (bv. f/1.8) is er maar een klein stukje van de foto (richting de diepte) scherp. Dit is mooi voor het isoleren van je onderwerp. Bij een klein diafragma (bv f/16) is er heel veel scherp van de foto. Dit is weer mooi bij gebouwen of een landschap. Je kunt dit goed onthouden door te kijken naar de waarden. Bij 1.8 is er weinig scherp (denk aan korte afstand) en bij 16 is er veel scherp (16 is een stuk groter en dus meer scherpte).

Bij een groot diafragma valt er meer licht op de sensor van de camera, waardoor je een kortere sluitertijd kunt gebruiken. Het is wel lastiger om scherp te stellen, omdat je er snel naast kunt zitten vanwege de geringe scherptediepte.

Hoe stel je dit in

Zet de camera op de Av stand door aan het keuzewiel te draaien. Draai nu met je instelwiel zodat je de gewenste diafragma waarde kunt instellen. Kies bijvoorbeeld voor f/8. Bij f/8 zijn de meeste lenzen op hun scherpst. De camera past nu zelf de sluitertijd hierop aan. Op deze manier kun je goed oefenen.